Werkelijk rendement van Bali-vastgoed per regio: cijfers 2024–2025
AB
Andrei Balinsky
Oprichter van Balinsky
Een rendement van 25% per jaar is de meest voorkomende misleiding op de Bali-markt. Zodat een investeerder niet teleurgesteld raakt en een makelaar eerlijk kan werken, zetten we de echte cijfers per regio op een rij.
Gemiddelde huurprijs per nacht voor een villa (leasehold-objecten, 2-bedroom):
Ubud — $200–500 per nacht, jaarlijks rendement 10–15%. Toeristen blijven 5–10 dagen, 41% keert terug. Ze verblijven langer, waardoor de bezettingsgraad gelijkmatiger is.
Canggu — $180–400 per nacht, jaarlijks rendement 8–12%. Toeristen blijven 3–6 dagen, hoge rotatie. Bezettingsgraad van villa’s 65–80%, afhankelijk van de subregio.
Seminyak — $200–450 per nacht, rendement 7–11%. Volwassen markt, verzadigd, premium doelgroep.
Sanur — $120–300 per nacht, rendement 6–10%. Gezinsgericht, stabiel segment, langere boekingen.
Bukit/Uluwatu — $200–700 per nacht, rendement 8–14%. Premium segment, gericht op surftoerisme en privacy.
Prijs per vierkante meter in leasehold (2024):
Ubud — $2500–3800, groei 5–6% per jaar.
Canggu — $3500–5000, groei 6–8%.
Seminyak — $4000–5500, groei 5–7%.
Sanur — $2000–3500, groei 3–5%.
Wat deze cijfers in de praktijk betekenen:
— Ubud levert bij een lagere instapprijs een vergelijkbaar rendement op als Canggu, omdat de bouwstandaard in Ubud lager ligt en er minder concurrentie is in het luxury-segment.
— Bukit is de duurste markt, maar daar staat minder concurrentie en langere boekingen van een premium doelgroep tegenover.
— Sanur biedt het meest stabiele rendement. Lager rendement betekent ook minder risico.
Wat investeerders vaak vergeten mee te nemen:
1. Kosten van de beheermaatschappij — 20–30% van de huuropbrengst.
2. Belasting op huurinkomsten — 10% voor niet-residenten of PPh-tarieven voor NPWP-residenten.
3. Afschrijving van een leasehold-object — de waarde daalt naarmate het einde van de looptijd dichterbij komt.
4. Onderhoud (elektriciteit, zwembadonderhoud, tuinman, schoonmaak) — 5–8% van de opbrengst.
5. Seizoensdip — het laagseizoen levert 30–50% van het hoogseizoen op.
Het uiteindelijke «rendement in eigen zak» ligt meestal 30–40% lager dan het brutorendement. Als het brutorendement 12% is, blijft voor de eigenaar netto 7–8% over.
Praktisch kader: reken met nettorendement (na alle kosten), niet met brutorendement, en vergelijk dat met alternatieven (rendement op eurobonds, vastgoed in andere landen, S&P).